Antonius van den Hof (1801-1848)

Uit wikizevenbergen
Ga naar: navigatie, zoeken

Antonius van den Hof (Zevenbergen 14 november 1801 - 's-Hertogenbosch 16 maart 1848) (alias Toon in den Hof) wordt in de nacht van 13 op 14 november 1801 gevonden op het erf, vlakbij het secreet, van Adriaan van Kaam (1736-1810) te Slikgat. Zijn dochter Anna Maria van Kaam (1779-1845) hoorde om half vier 's-nachts het schreeuwen van een kind. Adriaan is daarop samen met zijn kleinzoon Michiel van Kaam (1783-1849) en knecht Gerrit van Beers (1772-1807) gaan kijken. Ze vinden inderdaad een kind nabij het secreet. Nadat ze het kind mee naar binnen hebben meegenomen komen ze er achter dat het een jongetje was. De drossaard Michiel Smolders is ingelicht en heeft Adriaan gevraagd een en ander toe te lichten op de vergadering van het gemeentebestuur.

In een speciale vergadering van het gemeentebestuur op 14 november 1801 komt Adriaan van Kaam zijn verhaal doen. Besloten wordt een beloning uit te loven van 20 rijksdaalders aan degene die een gouden tip kan geven over wie het ventje daar heeft neergelegd. In de tussentijd neemt Adriaan van Kaam de zorg op om voor het ventje te zorgen. In de vergadering van 28 december 1801 blijkt er nog steeds geen vooruitgang in het onderzoek en wordt besloten het departementaal bestuur om raad te vragen over het onderhoud van het kind. Zij antwoorden op 14 januari 1802 dat dit moet worden gefinancieerd uit de kas van het armbestuur totdat eventueel een algemene regeling wordt vastgesteld. Adriaan van Kaam blijkt bereid voor het eerste jaar zorg te dragen. Het kind is meteen op 14 november gedoopt in de katholieke kerk te Zevenbergen en krijgt de voornaam Antonius (de heilige Antonius van Padua die wordt aangeroepen om verloren zaken terug te vinden!) en de achternaam "van den Hof" (inventus apud Hortum! = gevonden nabij de Hof)

doopakte Antonius van den Hof (14-11-1801)

De Kamer van financiën, politie en voogdij en later genoemd het Algemeen Burgerlijk Armbestuur neemt de financiele zorg voor de vondeling op zich. Vanuit hun kas wordt jaarlijks aan eerst Adriaan van Kaam en na zijn overlijden aan zijn zoon Hendrik van Kaam (1757-1823)een vergoeding betaald. Opvallend is dat dit om een vrij laag bedrag gaat ten opzichte van de andere aanbestedingen. De betalingen geschieden tot 1819, daarna zal hij waarschijnlijk in eigen inkomsten kunnen voorzien. In 1820 wordt Antonius, dan van beroep arbeider, opgeroepen voor de loting van de militaire dienst. Zijn lengte is dan 5 voet en 2 duim (= ca. 1.62m). Hij wordt goedgekeurd en ingeloot. In het register staat nog de aantekening dat hij op 27 oktober 1825 bij besluit van de gouverneur is overgeplaatst naar het korps rijdende artillerie. Op 22 februari 1827 huwt Antonius met de uit Knegsel afkomstige Petronella van Ham (1797-1885), die daar op 14 augustus 1797 was gedoopt als dochter van Hendrik van Ham en Johanna van de Poel. Uit dit huwelijk worden drie kinderen geboren

  1. Antonius van den Hof, geboren 28 mei 1827 te Veldhoven, arbeider en winkelier, overleden 16 augustus 1908 te Zevenbergen. Antonius trouwde op 8 oktober 1858 in Zevenbergen met Elisabeth Essers, geboren 18 oktober 1827 te Zevenbergen, dochter van Petrus Essers en Margareta Farla, overleden 25 oktober 1907 te Zevenbergen.
  2. Hendriena van den Hof, geboren 18 januari 1829 te Veldhoven, ongehuwd overleden 24 september 1867 te Zevenbergen
  3. Petrus van den Hof, geboren 11 mei 1831 te Woensel, arbeider, ongehuwd overleden 4 maart 1895 te Zevenbergen

Tussen 21 en 25 april 1848 wordt in het burgerlijke stand register van Zevenbergen de overlijdensakte van Antonius ingeschreven. Hij blijkt dan op 16 maart 1848 te 's-Hertogenbosch te zijn overleden.