Molen Fleur

Uit wikizevenbergen
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

inleiding

In 1819 wordt door de uit Oudenbosch afkomstige Cecilia Mommers (1760-1845), weduwe van Johannes Mol (1757-1816), een huis, schuur, hof en erve gelegen in de Lage Wipstraat, nummer 326, publiek gekocht uit de nalatenschap van Adriana Krijnen, weduwe van Dirk Gastelaers. Dit echtpaar, kinderloos gestorven, was al lang in eigenaar van dit perceel. Reeds in 1729 komt het in bezit van de familie Gastelaers.

van rosmolen naar stellingmolen

Voordat er een windmolen wordt gebouwd stond er reeds een rosmolen. Deze rosmolen wordt aangedreven door paardenkracht. Rond 1840 wordt door de gebroeders Paulus Mol (1786-1860) en Johannes Mol (1795-1883), zonen van de eerder genoemde Johannes Mol en Cecilia Mommers. Aangezien de molen op een lager gedeelte in de stad staat wordt een stellingmolen gebouwd. In het belastingcohier van 1842 wordt Johannes vermeldt als oliemolenaar maar het jaar daarop is hij bouwman. Uit de gevelsteen in de molen blijkt de stellingmolen in 1841 te zijn gebouwd.

molenaar Paulus Mol (1841-1860)

Zijn oudere broer Paulus wort pas in 1847 koornmolenaar genoemd. In het testament dat Cecilia Mommers in 1830 laat opstellen komt het huis, schuur, hof en erve na haar overlijden aan haar twee zonen toe. Zij zijn echter wel verplicht om binnen drie maanden na haar overlijden 1350 gulden in te brengen. Dat zal hun wel gelukt zijn want na het overlijden van Cecilia Mommers in 1845 nemen zij de boedel over. Als ook Paulus in 1860 kinderloos komt te overlijden koopt Johannes het aandeel van Paulus van de overige erfgenamen.

molenaar Johannes Mol (1860-1883)

Op 8 mei 1831 huwt Johannes Mol te Zevenbergen met Dimphna den Ouden (1809-1849). Zij is een dochter van Franciscus den Ouden en Maria Tholenaars. Uit dit huwelijk worden maar liefst negen kinderen geboren. Als Johannes in 1883 komt te overlijden hebben maar liefst drie kinderen zich het vak molenaar eigen gemaakt. Bij testmanet vermaakt hij deze drie kinderen, Johannes Mol (1832-1903), Franciscus Mol (1833-1911), Paulus Mol (1835-1911) en zijn dochter Antonia Mol (1842-1932) de molen. Zij zullen met z'n vieren een som van 10.000 gulden moeten inbrengen. Om aan deze voorwaarde te voldoen nemen ze een lening van dit bedrag bij Johanna Catharina Sittard weduwe van Josephus Theodorus Boelen en haar kinderen wonende te 's-Hertogenbosch.

molenaar Johannes Mol (1883-1903)

De oudste zoon van Johannes Mol en Dimphna den Ouden komt in 1903 ongehuwd en kinderloos te overlijden. De mede eigenaars zijn inmiddels ook al op leeftijd gekomen en besluiten de molen te verkopen aan hun neef Johannes Franciscus van de Noort (1878-?)

molenaar Johannes Franciscus van de Noort (1903-1921)

Op 28 september 1841 wordt in Zevenbergen Johannes Franciscus van de Noort geboren. Hij is een zoon van Frans van de Noort (1841-1886) en Anna Cornelia Mol (1843-1932) en via moederszijde dus een neef van de vorige molenaar. In 1908 plaatst hij een gasmotor in de molen, zodat hij ook bij windstilte zijn molen draaiende kan houden.

molenaar Alphons Buys (1921-1928)

molenaar Eugenius Buys (1928-1929)

molenaar Wilhelmus Damen (1929-1969)

links

website molen fleur
anischten molen fleur